VIER GROTE VOETBALLANDEN GRIJPEN DE MACHT IN EUROPA

Vanaf het seizoen 2018/2019 bezetten Engeland, Italië, Spanje en Duitsland de helft van de deelnemers in de groepsfase van de Champions League. Jacco Swart, directeur van de Nederlandse Eredivisie, roert zich. “Daarmee zijn de middelgrote en kleine competities in het pak genaaid.”

“Bij het uitvoerend comité van de UEFA zijn zij domweg gepasseerd, het besluit is zonder serieus overleg genomen, gestuurd door de grote clubs. Voor de periode 2021-2024 mag dat niet nog eens gebeuren”, vertelt Swart, tijdens een bijeenkomst met vrijwel alle vertegenwoordigers van de Europese clubcompetities, tegenover het Algemeen Dagblad. Het doel van de vergadering van het zogenoemde Club Advisory Platform is om een oplossing te vinden voor het (dreigende) gebrek aan spanning in de Europese topcompetities.

Een van de lastige dingen is het feit dat de topclubs bij bijzondere sancties of acties ook nog altijd kunnen overwegen een eigen competitie op te zetten, met andere absolute topploegen. Toch hoeven we daar voorlopig nog niet bang voor te zijn, denkt Lars-Christer Olsson, European Leagues-voorzitter en directeur van de Zweedse bond.

“Een afgesloten Super League wint het niet van van nationale competities. De achterban van de clubs hecht enorm aan de nationale competitie, of dat nu de Eredivisie is of de Engelse. Clubs die denken dat ze het in hun eentje kunnen, hebben het mis. Grote clubs hebben kleinere keihard nodig.”

Vooral in Spanje en Duitsland is het verschil tussen de top en alles daaronder groot. Toch is het dus belangrijk om de schreefgroei te doorbreken en te zorgen voor meer spanning. Dat zal echter de nodige solidariteit én tijd kosten, denkt Swart. Zeker omdat het competitiecollectief vooralsnog een kleine stem heeft binnen het uitvoerend comité van de UEFA. Swart: “We kunnen misschien niet meteen alles veranderen, maar dit thema krijgen we op de agenda – en dat werd tijd ook.”

Welkom bij onze blog om meer nieuws over goedkope voetbaltenues te ontvangen.